Ziektekosten in Frankrijk

Mijn maatje had een hartinfarct en is per helikopter naar Reims gebracht. Na een dotterbehandeling waarbij ze gelijk een binnenband hebben aangebracht, mocht hij na een week naar huis. Of hij na drie weken op controle wilde komen. We hadden geen idee wat dat inhield maar dat kon zijn pret van het naar huis mogen niet drukken. Onderweg  naar huis maakten wij een pitstop voor de vracht benodigde medicatie en het leed leek geleden.

Vandaag zijn we al om kwart over zes vertrokken om op tijd te zijn voor de controleafspraak. Na anderhalf uur rijden staan we bij de receptie van de deftige hartkliniek in Reims. Met een paar woorden Frans en wat gebarentaal begrijpen we dat we naar een ander gebouw moeten.

Daar aangekomen vraagt een vriendelijke mevrouw om ons verzekeringsbewijs. Tja, die hebben we nog niet. Een wenkbrauw gaat omhoog en de dame maakt vervolgens het internationale gebaar voor geld, door met haar duim over haar wijsvinger te wrijven. Ik snap eruit dat we dan moeten betalen, logisch. Vriendelijk glimlachend knik ik de dame toe om duidelijk te maken dat ik dat begrijp. Ze neemt mijn maat zijn gegevens over en wijst naar een wachtkamer. Het is nu kwart voor acht en we zijn de eersten. Mooi zo.

Al snel komt een verpleegkundige met een klembordje onder haar arm ons halen. Ze babbelt er vrolijk op los en ik moet moeite doen om een gaatje te vinden in haar relaas om duidelijk te maken dat we geen Frans verstaan en ook niet spreken.
O, daar had ze duidelijk moeite mee. Gaat ze ons nu weigeren? schiet het door me heen. Ze zucht diep, duwt mij terug de wachtkamer in en neemt mijn maat mee.
Om me heen wordt het langzaamaan drukker. Mensen komen aan, nemen plaats, worden opgehaald, keren weer terug, nemen opnieuw plaats, wachten een half uur of langer, worden opnieuw opgehaald, komen weer terug en vertrekken.

Enkelen daarvan zitten zwaar te zuchten en te mopperen over de lange wachttijden en zo nu en dan werpt iemand mij een vreemde blik toe, want ik zit immers al die tijd ook maar te wachten en voor mij komt er niemand met een klembordje.
Het duurt en duurt. Uiteindelijk ga ik een stukje wandelen en haal een kop koffie uit de automaat bij de ingang. Inmiddels is het na tien uur en nog geen teken van leven van mijn maat.
Op zeker moment komen er twee broeders met een brancard langs rennen. Het zal toch niet! Maar nee. Niet lang daarna komen ze weer naar buiten met een wat oudere dame die nogal witjes ziet. Mijn hartslag zakt weer naar zijn normale 55 klappen per minuut.

Nog steeds heb ik geen enkel idee wat ze met mijn maat uitspoken en hoe lang het nog gaat duren. Wel weet ik inmiddels dat er röntgenfoto’s gemaakt kunnen worden want er lopen verpleegsters rond met beschermende kleding aan.

Tegen één uur –  gelukkig gooien ze hier de tent niet dicht tussen de middag – komt mijn maat hevig verziekt tevoorschijn. Nu blijkt dat hij van de totale vijf uur er ook zeker drie en half heeft zitten wachten. Zelf ben ik het ook wel beu nu, maar laat dit wijs niet merken en doe er alles aan om te zorgen dat hij niet briesend de tent verlaat.

Geduldig wacht ik aan de balie op wat er komen gaat. We krijgen een grote envelop die we aan de specialist moeten geven bij de volgende ontmoeting. De afspraak daarvoor hebben we al. Tot zover is alles duidelijk en logisch. Dan schrijft de dame een bedrag op een vodje en houdt het naar me op. Of ik dit even wil betalen. Nu gaan mijn wenkbrauwen omhoog. Zo doe je geen zaken. Ik verwacht minstens een printje met logo van de poli en een optelsom van kosten, niet een krabbel op een vodje. Maar goed, het maakt niet echt uit, want zoveel cash heb ik toch niet bij me. Ze sturen maar een rekening. Het duurt even voor ze snapt wat ik bedoel.

Nee, dat kon niet. Ik kon toch gewoon een cheque uitschrijven? Hier in Frankrijk loopt iedereen nog rond met een middeleeuws chequeboek. Niet van die mooie eurocheques, maar zo’n boekje dat er uitziet als zo’n kwitantiedoordrukding. Ik heb niet zo’n ding en wil er geen ook. Nogmaals vraag ik haar de rekening op te sturen. Er volgt een hoop ‘ik begrijp het niet’ gebarentaal, voor ze het opgeeft en een kantoor induikt.
Enkele minuten later komst ze weer tevoorschijn en wuift ons het kantoor binnen. Een meneer in pak wacht ons op. In redelijk Engels vraagt hij of niemand ons had verteld dat we cash moesten betalen.
Nee, dat had niemand en al had iemand dat gezegd dan hadden we het vast niet begrepen. Maar dat vertelde ik hem maar niet. Hij pakt de telefoon en praat een tijdje met een meerdere. Dat vermoed ik tenminste. Hij hangt op en vertelt doodleuk dat we kunnen gaan.
Verlegen met de situatie vraag ik hoe het nu verder moet.
Het is gratis, deelt hij ons mee. Rekeningen sturen doen ze niet. Met een verontschuldigende glimlacht schudt hij ons de hand en werkt ons het kantoor uit.

Pas buiten denk ik er door de kou pas aan dat mijn mond nog steeds open staat.