Vooroordelen

Diyarbakır

Na een prachtige urenlange bustocht door de Koerdische bergen, kwamen we aan in Diyabakır.

Die bussen in Oost Turkije waren werkelijk geweldig, ze kostte geen drol en tegen alle verwachtingen in waren het stuk voor stuk zo goed als nieuwe Mercedes Benz touringcars. Het was zelfs mogelijk van te voren een kaartje te kopen en een plaats te reserveren, handig toch? Ook was je er zodoende zeker van dat je mee kon, wat pas echt super was. Tijdens de vaak lange ritten kwam er altijd iemand langs met koffie of thee en bijbehorende mini cake. Water was er voortdurend te krijgen in kleine verpakkingen uit de koeling. Mocht de busreis de drie uur overstijgen, dan kon je er vanuit gaan dat er ergens bij een café of restaurant gestopt zou worden. Afhankelijk van de tijd van de dag was dit lang genoeg voor een toilet bezoek of zelfs voldoende om iets te eten.

Diyarbakır was de stad waar we op weg naar Mardin doorheen moesten. Iedereen kent de plaats vanwege de onlusten, die er altijd onverwacht losbarstten als er weer eens een Koerdisch akkefietje plaatsvond. We waren dan ook niet van plan er te stoppen om de boel te bezichtigen. Ik had aan de chauffeur uitgelegd dat we naar Mardin door wilden reizen en hij zou ergens stoppen om ons eruit te zetten. Deze grote touringcars hebben een eigen busstation, dat vaak ver buiten de stad ligt. Om het voor de reizigers makkelijker te maken zijn er enkele vaste stops langs de route. Waar die zijn weet iedereen behalve Jan toerist. Mijn Turks was niet toereikend om verdere aanwijzingen te vragen. Wel begreep ik dat we verder moesten reizen met een minibus en dat station zou aan de andere kant van de stad liggen. Heel fijn.

De buitenwijken van Diyarbakır zagen er troosteloos uit, de alom bekende hoogbouw zonder trapveldje of een klimrek om het leefbaar te houden. De doorgaande vierbaansweg was stoffig en omgeven door … hoogbouw. Ertussen niets dan los zand, afval en schurftige honden. Overal liepen mannen zonder enig zichtbaar doel rond of ze stonden in groepjes te roken. Vrouwen zag ik niet. Deze miljoenenstad had ons werkelijk niets te bieden, alles kwam onvriendelijk over. Toch zou het centrum volgens de reisgidsen zeker de moeite waard zijn. Ik moet eerlijk bekennen dat de moed mij ontbrak om daar te gaan kijken. Nadat de bus stopte en wij ons afvroegen waar we in hemelsnaam waren, kwam er een taxichauffeur op ons afgestapt. Ik legde uit dat we naar Mardin wilden doorreizen en hij pakte zonder pardon mijn rugzak en sleepte die naar zijn auto. Even stond ik met mijn mond vol tanden. Waar ging die man ons heenbrengen? Voor ik de kans kreeg wat te vragen hield hij het portier al voor me open. Ho, dacht ik, zo werkt het niet, vriend.

Bang dat hij ons, god weet waar naartoe bracht, vroeg ik hem waar we heengingen.
‘Het busstation natuurlijk!’ Ongeduldig wuifde hij me de auto in. Vervolgens scheurde hij weg en stortte zich al toeterend in het stadsverkeer. Vanwaar toch die haast? Wist hij dat we niet veilig waren? Wat was hier aan de hand? De wilde verhalen over ontvoerde toeristen kwamen bovendrijven. We scheurden over lange brede wegen met erlangs nog meer flats, waarvan de begane grond was opgedeeld in winkels.
In gedachten zag ik ineens die demonstraties, zoals ik die kende van het Nederlandse nieuws, voor me. Dat waren dit soort straten, eromheen woonden tienduizenden mensen in afzichtelijke flatjes met geen enkel uitzicht op werk of enige verbetering in hun leven. Grimmig was het enige woord dat in me opkwam.

Na een dodenrit van zo’n drie kwartier raasde hij opnieuw toeterend het busstation op. Nog voor ik uitgestapt was brulde hij iets en een jonge knul nam onze bagage, mikte het in een kruiwagen en ging er vandoor. Mijn reismaat zou de taxi afrekenen en ik volgde als een haas de rugzakken, doodsbang dat ik die niet meer terug zou zien. Het krioelde daar werkelijk van de mensen, allemaal mannen natuurlijk. Voor me uit zag ik die knul met zijn kruiwagen tussen de vele kris kras geparkeerde minibusjes door laveren. Buiten adem haalde ik hem in op het moment dat hij stopte en naar iemand schreeuwde. Verstaan deed ik het niet want alles ging in het Koerdisch. Ik keek over mijn schouder en zag dat mijn reismaat en onze chauffeur zich door de massa heen probeerde te werken.

Tot mijn grote verbazing wees de chauffeur bij aankomst mij de minibus, riep keihard Mardin en gaf me een hand. Een andere meneer, een van de velen die ons stond aan te gapen, stapte op me af en stopte me een kaartje toe. Ongeduldig kwam de minibus chauffeur ertussen en gebaarde driftig dat we moesten instappen, in het overvolle voertuig. Mijn reismaat drukte de voddige knul met de kruiwagen een tip in handen en klauterde de bus in. We zaten nog niet of de bus trok op en scheurde weg.

Dit alles had zich binnen een paar minuten afgespeeld. Ik keek naar het kaartje in mijn hand. Het was een visitekaartje van een hotel in Mardin en ik moet zeggen, het zag er aantrekkelijk uit. Pas op dat moment realiseerde ik me hoe fout ik zat met mijn paniekgedoe. Die taxichauffeur moet hebben geweten hoe laat de bus naar Mardin vertrok en daarom zo hard hebben gereden. Vervolgens was al dat geschreeuw zonder twijfel om de bus vast te houden tot wij er waren.

Er was maar een conclusie mogelijk: Wij zijn perfect geholpen en ik had alles vanwege mijn vooroordelen fout uitgelegd. Ik schaamde me diep.

Het bussysteem in Turkije is zo geweldig goed dat het Orhan Pamuk inspireerde om een verhaal te schrijven dat zich voor het grootste deel in de bus afpeelt.

Het nieuwe leven  – Orhan Pamuk

orhanIn deze roman van de belangrijkste moderne Turkse auteur van het ogenblik gaat een jonge Turkse student op weg naar aanleiding van een boek. De titel van dit boek en de inhoud ervan blijven op suggestieve wijze voor de lezer verborgen. Osman verlaat het studentenleven in Istanbul en bereist per bus alle uithoeken van Turkije. Zijn nieuwe leven, een zoektocht naar liefde en innerlijke idealen, verloopt op meer tijd- en ruimteniveaus , die elkaar steeds weer op verrassende wijze kruisen, met elkaar verweven raken en weer uit elkaar lopen. Eerder in het Nederlands vertaalde titels van deze auteur: ‘De witte vesting’, ‘Het huis van stilte’ en ‘Het zwarte boek’. Deze roman is een literair avontuur, dat de lezer meevoert naar alle facetten van de menselijke binnen- en buitenwereld die er maar te bereizen zijn in het landschap van de ziel.

Het nieuwe leven – Orhan Pamuk
264 pagina’s
12,50 euro
Koop het boek bij bol