De heilige lunch in Frankrijk

Frankrijk

Dat de lunch voor de Fransen belangrijk is, weten de meeste mensen wel. Om stipt 12.00 uur houdt iedereen op met werken om, het liefst niet te ver weg, in een restaurant te gaan eten. Die slimmeriken eten niet zo’n geplette boterham uit dito zakje van thuis en ze trekken ook geen kroketje uit de muur. De Fransen nemen de tijd voor die dingen. Ze zoeken met hun directe collega’s een restaurant op en bestellen waar ze zin in hebben. En als ik al die heerlijkheden zie en de gemoedelijke sfeer proef, kan ik het alleen maar toejuichen. Zeker nu ik weet dat veel werkgevers bonnen verschaffen die tot vijf euro waard kunnen zijn en waarmee deels of helemaal voor de lunch betaald kan worden. En een gerecht zoals op de afbeeldingen te zien is koop je hier bij de goedkopere adressen onder de acht euro.

Dat dit lunchgedrag voor mij betekent dat ik tussen twaalf en twee niet kan winkelen of een pakje op de post kan doen, daar kan ik aan wennen. Maar als ik al die vrolijke schranspartijen zie, en tot de ontdekking kom dat bijna iedereen er een paar glazen wijn bij nuttigt, dan kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat dit niet bevorderlijk is voor de productiviteit van de deelnemers. In mijn gedachten zie ik de werknemers dan zo om een uur of twee met een slappe kop achter hun bureau plaatsnemen, niet in staat om ook maar enige concentratie op te brengen. Of nog gekker. Schuine moppen tappend en brullend van het lachen.
Gelukkig heb ik zelf niet het soort leven waarbij de economie van Frankrijk  van belang is, daardoor kan ik me er dan ook niet echt over opwinden. Laat die mensen maar genieten van het leven, dat doe ik ook waar ik kan.

Er zijn echter situaties waarbij een lunchpauze en de bijbehorende lege werkplek minder te verkiezen zijn. Zo was ik onlangs met iemand bij de eerste hulp van het lokale ziekenhuis. Op zichzelf is dat al zo een situatie waarbij ik me met mijn gebrekkig Frans niet op mijn gemak voel. Zeker niet met iemand naast me die duidelijk omkomt van de pijn en dringend hulp nodig heeft.
Het was mijn eerste bezoek aan een Frans ziekenhuis en ik had dan ook geen idee wat ik kon verwachten.
Er was in elk geval genoeg plaats om te parkeren en de ingang voor noodgevallen was duidelijk aangegeven. Na een glazen toegangsdeur kwamen we in een kleine ruimte met een balie aan de ene kant en een wachtkamer aan de andere kant.  De dame achter de balie nam de gegevens van de patiënt op en we mochten door de volgende klapdeuren. Toen stonden we in een gang waar zich een toilet bevond en nog meer klapdeuren naar onbekende griezelige bestemmingen. Een vriendelijke verpleegster nam ons mee naar een onderzoekskamer.


Er werden vragen gesteld, bloed afgetapt en een monitor aangesloten om bloeddruk, zuurstof en hartslag te meten. Alles gewoon zoals dat hoort bij het vermoeden van hartproblemen. Met lichte druk werd ik daarna naar de wachtkamer terugverwezen om de uitslag van de bloedtest af te wachten. Mijn maat bleef angstig onzeker over zijn toekomst achter.
Ik liet hem liever niet alleen maar was vol begrip. Het was daar namelijk best druk en nieuwsgierige toeschouwers zit niemand op te wachten. Mocht er een ambulance arriveren dan zou het zelfs zomaar kunnen zijn dat ik in de weg ging lopen. Niet dat dit bij me op zou komen maar niet iedereen is hetzelfde.

Vanaf mijn ongemakkelijke stoel  in de wachtkamer had ik een mooi uitzicht over de receptie. Zoals dat gaat  bij dat soort werk had de dame regelmatig een telefoontje, iemand aan de balie of werk op haar computer. Op een zeker moment trekt de baliemedewerkster haar jas aan en vertrekt door de glazen deur naar buiten. Ik kijk op mijn horloge en … ja hoor, het was twaalf uur.
Een paar minuten na haar vertrek gaat de telefoon rinkelen. Ik rek mijn nek om te zien of er iemand anders is binnengekomen om haar af te lossen. Dat moest wel natuurlijk, vertelde ik mezelf. Toch weet je dit soort dingen graag zeker. De telefoon rinkelde vrolijk door om na tig keer overgaan ermee op te houden.
Er is niemand! Ik sta op. Dit kan niet. Iets in mij wil dit niet accepteren. De telefoon is ook niet doorgeschakeld want dan gaat hij niet zolang over. Ik vraag me gelijk af wat er zou gebeuren als er nu iemand binnenkwam met een acuut probleem. Zou die op de mat ineen kunnen zakken en blijven liggen tot er weer eens iemand langskomt? Volgens mij wel.
Machtig wat ben ik blij dat wij net vóór haar pauze arriveerde. Juist in een vreemd land trek je niet zomaar alle deuren open om te kijken of er ergens iemand is. Ik in elk geval niet zo snel. Al was het alleen maar omdat ik dan toch niet zou weten wat ik moest zeggen. Engels spreken ze hier nergens.
Tegen 13.00 uur komt de receptiedame weer binnen, hangt haar jas aan een haakje, controleert nog even haar kapsel en neemt plaats achter de computer. Klaar voor de rest van de dag.
Nog een geluk dat ze blijkbaar maar één uur pauze heeft, dat is in Frankrijk best weinig. De anderen hadden blijkbaar langer pauze, want pas dik na tweeën kwam de uitslag van de bloedtest.