Ankara kan het

Ankara is een mengelmoes van oude stadsdelen en hypermoderne wolkenkrabbers. Dit alles omgeven door groene heuvelachtige steppen. Als we de buitenwijken naderen is goed te zien hoe deze stad in haar groei als een hongerig monster vele omringende dorpen opgeslokt heeft. Enkelen van deze oude, voor Turkije typische straten met dorpswoningen zijn door vermoedelijk zeer koppige bewoners, aan de bulldozer ontsnapt. De nouveau riche woont nu in de huizen, die men in de rest van Turkije juist afdankt en inruilt voor moderne flats. Dit gedrag is zo herkenbaar, internationaal, en op een bepaalde manier vertrouwd, dat ik op het moment dat ik dit besefte in de lach schoot. Deze moderne miljoenenstad is een verademing na het starre Oost Turkije.

Nadat iemand van het hotel mijn rugzak naar binnen had gedragen, fristen we ons haastig wat op en gingen gretig de directe omgeving verkennen. We kuierden over brede stoepen, langs gezellige terrassen en eettentjes waar flarden vrolijke muziek uit kwam rollen. We zagen banken en winkels, en werkelijk overal liepen … vrouwen.

Op de brede straten toeterden de auto’s, die zich overal tussendoor wrongen, in een hopeloze poging aan de verstopte kruispunten te ontsnappen,  zoals dit in elke grote stad aan het einde van de dag het geval is.
Met een kop koffie voor mijn neus nam ik alles in me op en slaakte een tevreden zucht. Ankara was werkelijk de moderne stad zoals beloofd in alle gidsen en door alle mensen die ik erover gesproken had.

Er wandelden religieuze dames in de bekende zwarte pinquinoutfit langs ons terras, afgewisseld met jonge carrièremeiden in strakke mantelpakjes, oma’s in dikke trui en comfortabele rok en huisvrouwen in ietwat verfrommelde staat met kinderen aan hun rokken. Bij de heren was het niet anders. Jonge knullen, gekleed naar de laatste mode en mannen met de typische traditionele lage-kruisbroeken en wollen muts op met bijbehorende baard, afgewisseld door heren in pak met aktetassen, die na een dag op kantoor onderweg waren naar huis. Echt, alles wat je maar bedenken kon liep daar.
In deze stad was dus wel de tolerantie om met ver uiteenlopende denkbeelden vredig naast elkaar te bestaan. Het geheel bubbelde van de positieve energie. Langzaam schudde ik het nare beklemmende gevoel van de Oost-Turkse levensstijl van me af.

Opvallend was ook dat we weer personeel in restaurants vonden die een paar woorden Engels spraken. Na de koffie liepen we de weg verder af en kwamen bij het mausoleum van Ataturk, gelegen in een tot in de puntjes verzorgd park met veel beveiliging. Onder de indruk van grootse opzet van het complex en wetende wat deze man voor Turkije heeft gedaan, besloten we toch er niet binnen te gaan. Het paste gewoon niet bij het blije, vrije, bijna dartele  gevoel van dat moment. We scharrelden wat doelloos rond zoals je dat doet op de dag van aankomst en je nog niet precies weet waar je bent.

Op zeker moment zag ik van een afstand een paar oude stoomlocomotieven staan. We liepen erheen en zagen al snel dat het een soort openluchtmuseum moest zijn. Er stonden er zeker tien, keurig op stukken rails geparkeerd omgeven door gazon. Er was een omheining en een bewaker om op ze te passen. Jammer voor ons waren we te laat, het hek zat op slot.
Als kleine kinderen stonden we ons te vergapen achter het gaas. We wezen elkaar op details, kraaiden van bewondering, en trokken daardoor blijkbaar de aandacht. De bewaker kwam een praatje maken en zodra hij door had dat ik Turks sprak kon het niet meer stuk. Hij gooide zelfs het hek voor ons open en we mochten alles gaan bekijken. Wel bleef hij bij ons.

Geweldig vond ik het om zo’n bakbeest eens van dichtbij te zien, er in te kunnen klimmen en aan te raken. De meeste van die locomotieven hadden eerst elders dienst gedaan. Zo waren er volgens de bordjes ernaast zelfs enkelen die oorspronkelijk uit de Amerika, Duitsland of Zwitseland kwamen. Tot halverwege de jaren tachtig hebben deze metalen rossen de Turkse wagons voortgetrokken.

Hoe kregen ze in hemelsnaam een gevaarte zo onhandelbaar en log, zoals zo’n locomotief van bijvoorbeeld ergens in Texas naar het midden van Turkije? Niemand kon het me zeggen.
Helemaal blij en voldaan namen we afscheid van de gezellige bewaker, die zelfs onze riante tip weigerde. Eh ja, een sigaretje wilde hij wel, daar zou hij geen problemen mee krijgen verzekerde hij mij…

De man kon onmogelijk weten hoe belangrijk zijn vriendelijkheid op dat moment was.